
De vruchten die Isabel Fraser uit China meebracht, heetten Yang Tao. Van zodra Nieuw-Zeelanders het eerste fruit oogstten, gaven ze het de naam Chinese kruisbes.
Toen de exportplannen vorm kregen, bleek de naam kruisbes een foute keuze. Op kruisbessen moesten immers veel exporttaksen worden betaald. Heel even werd het alternatief melonette naar voor geschoven. Maar ook meloenen waren toen onderhevig aan hoge taksen.
In juni 1959 kwam de naam "kiwi" uit de bus. Trotse Nieuw-Zeelanders, ook wel kiwi’s genoemd, wilden de vrucht noemen naar de kiwivogel, het nationale symbool van Nieuw-Zeeland. Uit erkenning van ‘hun’ kiwivogel maar ook - en vooral – omdat de kleine loopvogel opvallende gelijkenissen vertoont met het fruit: een bolle buik en lichtbruine veren. Na een korte rondvraag en test kreeg de naam groen licht. De kiwi werd een vogel én een fruitsoort.